Sensoren in het Rijksmuseum [Lesidee]

Onderwerpen: sensoren, zintuigen, kunst, Rijksmuseum
Didactiek: ontwerpend leren
Koppeling methode: Argus Clou (groep 6, thema 3)
Tijd: ± 1,5 uur

Lesdoelen
De leerlingen leren in deze les meer over hoe sensoren kunnen worden ingezet om kunstwerken te beveiligen. Daarmee passen ze eerder opgedane kennis over de werking van sensoren toe in de praktijk en leren ze aan welke eisen de inrichting van een museumzaal moet voldoen.

  • Aan het eind van de les kunnen de leerlingen benoemen wat druk-, licht-, temperatuur-, geluids- en bewegingssensoren meten.
  • Aan het eind van de les kunnen de leerlingen bij elk type sensor minimaal één concreet voorbeeld noemen van een situatie waarin deze sensor wordt ingezet.
  • De leerlingen oefenen met het ontwerpen van een museumzaal die voldoet aan de eisen toegankelijkheid (is er voldoende loopruimte, hangen er geen schilderijen op een deur), artistiek (hoe zorg je dat de zaal er aantrekkelijk uit ziet) en beveiliging (inbraakproof, bestand tegen mensen die kunstwerken willen aanraken).

Materialen

Stap 1: Probleem verkennen en formuleren
De leerlingen ontvangen een brief van de directeur van het Rijksmuseum. Hij vraagt hen om in groepjes mee te denken over de inrichting van een nieuwe zaal. De zaal moet goed worden beveiligd, de kunstwerken moeten goed zichtbaar zijn en er moet voldoende ruimte tussen de kunstwerken zitten. De leerlingen vatten de brief klassikaal kort samen: de eisen worden duidelijk op het bord gezet.

Stap 2: Ideeën verzinnen en selecteren
In een klassikaal gesprek genereren de leerlingen ideeën om de zaal in te richten. Wat zijn de mogelijkheden om de zaal in te richten? De leerlingen gaan in groepjes van drie aan de slag met het ontwerp van hun zaal. Daarbij worden de rollen (eventueel van samenwerkend leren) verdeeld door de leerkracht. De tekenaar tekent de zaal op het A3-vel van het groepje, de plaatjesknipper knipt de plaatjes uit en de vormenknipper knipt de bovenaanzichten uit.

Stap 3: Concepten selecteren en uitwerken
De leerlingen bedenken manieren om de zaal in te richten en denken na over hoe de kunstwerken goed kunnen worden beveiligd met de verschillende typen sensoren. Daarbij kunnen ze schuiven met de uitgeknipte bovenaanzichten. Ze overleggen met elkaar en beslissen samen hoe hun zaal eruit komt te zien.

Stap 4: Prototype maken
Als alle leerlingen uit het groepje het eens zijn over de manier waarop de zaal wordt ingericht kan het groepje beginnen met plakken. De bovenaanzichten worden in de zaal geplakt. Daarna plakken de leerlingen de plaatjes van de kunstwerken erbij. Vervolgens gaan de leerlingen verder met het intekenen van de sensoren en andere beveiligingsmaatregelen. Ze schrijven bij iedere sensor wat de functie van de sensor is bij het beveiligen van het kunstwerk. Een druksensor kan bijvoorbeeld worden gebruikt om te detecteren of de vaas van zijn sokkel is gehaald.

Stap 5 en 6: Presenteren, testen en optimaliseren
Na de afronding van het ontwerp presenteren de leerlingen in groepjes hun ontwerp. De leerlingen stellen vragen aan elkaar over de gemaakte keuzes in het ontwerp van de zaal en de opzet van de beveiliging. De klas evalueert gezamenlijk wat de goede en minder goede kanten van het ontwerp zijn en kiest samen met de leerkracht een ontwerp uit dat aan de directeur kan worden opgestuurd. Daarnaast kan de leerkracht aandacht besteden aan presentatievaardigheden.

IMG_1906

Max Windau is derdejaarsstudent aan de Academische Lerarenopleiding Primair Onderwijs. Hij schrijft graag over onderwijs en het gedrag van de mensen om hem heen. Max is ook te vinden op Facebook en LinkedIn.

En verder?

Geef een reactie...